De Universiteit is een orkest

Onderwijs is muziek, en de universiteit is het orkest. Mijn onderwijsdroom is dat we gericht aan manieren gaan werken om als orkest harmonieuzere muziek te maken. Samen met elkaar, en gedreven vanuit empathie en nieuwsgierigheid.

Wie zijn er betrokken bij het orkest?

Als informatiemanager (degene die zorgt voor de bladmuziek en de juiste muziekinstrumenten) spreek ik bij de Radboud Universiteit met de meest uiteenlopende muzikanten: van docenten tot studenten, ondersteuners en innovators, bestuurders, beleidsmedewerkers, ICT’ers, en ga zo maar door. In die gesprekken vallen mij vaak vier dingen op.

Ten eerste zie ik dat we veel getalenteerde muzikanten hebben, die elk erg goed zijn in het bespelen van hun eigen instrument. Met andere woorden: de Radboud Universiteit bestaat uit veel hardwerkende gemotiveerde mensen die allemaal vanuit hun eigen expertise een bijdrage leveren.

Ten tweede zie ik dat mensen enthousiast zijn om nieuwe informatiesystemen en -toepassingen te gebruiken om hun onderwijs te innoveren: ze willen de beste muziekinstrumenten omdat die hun kunnen helpen om de muziek mooier te maken. Ook de ontwikkelaars van die informatiesystemen en -toepassingen, onze instrumentbouwers, willen graag bijdragen aan mooie muziek. Dat zie ik zowel bij onze interne softwareontwikkelaars als bij externe leveranciers.

Tenslotte werken de geluidstechnici er hard aan om voor een uitgebalanceerd geluid te zorgen, waarbij elk instrument zo goed mogelijk tot zijn recht komt; onze ICT’ers die werken aan IT-infrastructuur, maar ook bijvoorbeeld aan technische koppelingen tussen systemen, doen er alles aan om het onderwijs als geheel zo goed mogelijk te ondersteunen.

Kortom, alle betrokkenen zijn zeer gemotiveerd en willen heel graag mooie muziek maken. Waarom klinken we dan voor onze studenten niet altijd even harmonieus?

Het missende puzzelstukje voor meer harmonie

Ik denk dat ons orkest iets mist dat heel belangrijk is om echt samen muziek te kunnen maken: een muzieknotatie die door alle muzikanten begrepen wordt. In bladmuziek betekent een zwart bolletje met een steeltje eraan bijvoorbeeld een achtste noot, en dat is voor alle muzikanten hetzelfde: voor de dirigent, de paukspeler, en voor de violist. Maar als een docent het heeft over onderwijstermen zoals “leerlijn” of “tentamen”, dan is diens interpretatie daarvan vaak nét iets anders dan die van een student, een roosteraar, een beleidsmedewerker, en soms zelfs: andere docenten. Dit is een probleem dat door veel mensen wordt herkend en op sommige plekken deels wordt aangepakt: denk maar aan de begripsbepalingen in onderwijs- en examenreglementen.

Deze problematiek is ook waar mijn rol als informatiemanager in de kern om draait. Want wil je in je informatiesystemen écht iets kunnen met informatie, dan moet je het eens zijn over de concepten die je in die systemen stopt: in een orkest zijn de strijkers, de blazers en de percussionisten het eens over hoe lang een achtste noot duurt, en hoe je dat opschrijft in bladmuziek. Tegelijkertijd behouden muzikanten wel allemaal hun eigen expertise en uniciteit, omdat ze weten hoe je die achtste noot vertaalt naar een uitvoering met hun eigen instrumenten.

Waarom werkt muzieknotatie dan zo goed voor harmonieus samenspel, maar is een lijst met begripsbepalingen niet voldoende voor harmonie in ons onderwijs? Ik denk dat dat komt doordat een muzieknotatie niet alleen de concepten zelf (zoals een achtste noot) weergeeft, maar ze ook, op een gestructureerde, herkenbare manier, weergeeft in relatie tot elkaar: pas in de context van de notenbalk, naast de toonsoort, de maatsoort en de dynamiektekens, krijgt het teken voor een achtste noot écht betekenis om gezamenlijke uitvoering van de muziek mogelijk te maken.

De essentie voor digitalisering in het onderwijs

Precies zo’n structuur is naar mijn idee het missende puzzelstuk om onderwijsinformatie écht goed tot zijn recht te laten komen in onze onderwijssystemen: niet alleen maar het beschrijven van de definities achter onderwijstermen, maar ze ook, in een vaste, herkenbare structuur, ten opzichte van elkaar beschrijven. Deze denkstap blijft nu meestal impliciet, en komt vaak pas echt bovendrijven in projecten waarin we al software aan het inrichten en implementeren zijn. Met andere woorden: we laten het maken van onze muzieknotatie eigenlijk te veel over aan onze instrumentbouwers.

Om terug te komen op mijn droom van meer in harmonie samenspelen, kan ik ‘m nog concreter maken: mijn onderwijsdroom is dat er bij onderwijsinstellingen meer tijd en aandacht komt voor die essentiële vraag: hoe ziet onze gezamenlijke muzieknotatie voor het onderwijs eruit? Pas als we die vraag samen beantwoorden, door samen te doen, samen uit te proberen, en samen te leren, dan kunnen we écht samen, als een orkest, muziek gaan maken.

Pssst…

Wil je meer weten over hoe we dit idee concreet aan het uitwerken zijn binnen de Radboud Universiteit? Bekijk het webinar dat ik in samenwerking met Fundatis hierover heb gegeven op 28-01-2025

En vind je dit nou een leuke manier van denken? Zes jaar geleden schreef ik ook al eens een artikel waarin ik gebruik maakte van een orkestmetafoor, maar dan om de rol van enterprise architectuur in complexe organisaties uit te leggen.

Leave a comment