Er blijft iets hetzelfde: Vanaf vandaag ben ik nog steeds informatiemanager voor de Radboud Universiteit.
Er verandert ook wat: Vanaf vandaag richt ik me als informatiemanager primair op het onderzoeksdomein, in plaats van het onderwijsdomein.
Onderzoek: een domein met verschillende kanten
Het onderzoeksdomein is mij ook als wetenschapper bekend, en het is een domein dat naar mijn idee verschillende kanten kent:
Aan de ene kant zie ik namelijk een domein dat sterk leunt op het onderscheiden van disciplines: vrijwel alle universiteiten zijn opgeknipt in faculteiten die zich primair richten op een (set gerelateerde) discipline(s), en elk discipline kent haar eigen wetenschappelijke community met bijbehorende conferenties, tijdschriften, en manieren van denken en kijken naar de wereld. Het onderzoeksdomein is daarnaast traditioneel zeer hiërarchisch georganiseerd: Je begint als PhD’er, en het idee van een wetenschappelijke carrière is van oudsher dat je de “ladder” opklimt na je promotie, van Postdoc naar universitair docent naar universitair hoofddocent, tot uiteindelijk hoogleraar.
Aan de andere kant zie ik in precies datzelfde domein een organische netwerkorganisatie die nieuwe, onverwachtste verbindingen creëert en daarmee floreert, door enthousiasme, nieuwsgierigheid en autonomie van wetenschappers. Het is ook een domein dat zich bij het opzetten van samenwerkingen weinig aantrekt van facultaire, instellings- of zelfs nationale grenzen (nog veel minder dan in het onderwijsdomein). Initiatieven als “Erkennen en Waarderen” en “Open Science” proberen juist deze kant van de wetenschap meer naar voren te brengen, bijvoorbeeld door niet alleen publicaties te waarderen, maar juist ook meer aandacht te hebben voor andersoortige skills, zoals fantastisch onderwijs, maatschappelijke impact, en als je het mij vraagt misschien nog wel het belangrijkste: wetenschap vanuit openheid en samenwerking, in plaats van wetenschap vanuit gesloten silo’s en individuele prestaties.
De uitdaging en het belang van verbinding
Het is natuurlijk fantastisch dat hier expliciet aandacht voor is, maar we zijn er nog niet: ik zie in de praktijk dat je bestaansrecht als wetenschapper nog steeds grotendeels wordt bepaald door je publicaties en de onderzoeksbeurzen die je binnenhaalt. Voor beide geldt helaas ook dat de kansen om hier succesvol in te zijn het meest voorkomen binnen disciplinaire grenzen: beursaanvragen worden vaak per discipline beoordeeld, en publicaties moeten terechtkomen bij tijdschriften of conferenties die toch voor een groot deel ook per discipline georganiseerd zijn.
Informatiekunde als verbinder
Als informatiemanager, en als informatiekundig wetenschapper, heb ik altijd voor verbinding gestaan, en dat blijft zo. Informatiekunde als vakgebied is wat mij betreft per definitie een verbindingsstuk tussen allerlei disciplines: Inzichten die relevant zijn voor verbindende, mensgerichte informatietechnologie komen namelijk niet alleen uit de informatica, maar juist uit de verbinding van informatica met bijvoorbeeld communicatiewetenschap, taalwetenschap, psychologie, organisatiewetenschappen, filosofie, sociologie, managementwetenschappen, en organisatiewetenschappen, om er maar een aantal te noemen. Informatiekunde past niet in een hokje, en dat is juist de kracht van het vakgebied.
Dat maakt het als je het mij vraagt het allerleukste vakgebied dat er bestaat, maar in een wereld waar disciplines soms toch geneigd zijn om zich terug te trekken in hun eigen silo, ook een vakgebied dat niet vanzelfsprekend bestaansrecht heeft. De verbinding wordt te vaak nog over het hoofd gezien als iets dat de moeite waard is om op zichzelf aandacht te geven. Of zoals één van mijn favoriete quotes luidt:
“We denken dat als we “één” begrijpen, we ook “twee” begrijpen, omdat “één en één” twee is. We vergeten dat we eerst ook nog “en” moeten begrijpen.”
Ik ben heel blij dat informatiemanagement, als verbinder bij uitstek, in deze roerige tijden binnen de Radboud Universiteit bestaansrecht houdt, al is het helaas met een uitgedunde formatie.
Ik kijk er ook naar uit om verder kennis te maken met de mensen in het onderzoeksdomein, en vanuit mijn nieuwe rol een bijdrage te leveren aan het samen bouwen aan mensgerichte, verbindende informatiestructuren en -technologie voor het onderzoek. Ik zou mezelf verloochenen als ik daarin ook niet actief op zoek ga naar synergie met de verbindingsstukjes die we hebben opgebouwd in het onderwijsdomein, en waar ik me de afgelopen vier jaar met mijn team met heel veel plezier voor heb ingezet.
Om ‘m te koppelen aan de muziekmetafoor die ik daarbij vaak gebruik: de meest interessante en meest onverwachtse inzichten ontstaan naar mijn idee pas echt als je verbindingen legt waar niet iedereen meteen aan denkt. Een beetje als een orkest dat Darude – Sandstorm speelt!


